kick

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kick
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘prikkel’ voor het eerst aangetroffen in 1962 [1]
  • Uit het Engels [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord kick kicks
verkleinwoord kickje kickjes

Zelfstandig naamwoord

kick m

  1. hoedanigheid van verrukking/opwinding.
Hyponiemen
Afgeleide begrippen

Werkwoord

vervoeging van
kicken

kick

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kicken
    • Ik kick. 
  2. gebiedende wijs van kicken
    • Kick! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kicken
    • Kick je? 

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
96 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen


Engels

Uitspraak
enkelvoud meervoud
kick kicks

Zelfstandig naamwoord

kick

  1. schop
vervoeging
onbepaalde wijs to kick
he/she/it kicks
verleden tijd kicked
voltooid
deelwoord
kicked
onvoltooid
deelwoord
kicking
gebiedende wijs kick

Werkwoord

kick

  1. schoppen