kick

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kick
Woordherkomst en -opbouw
  • Uit het Engels
enkelvoud meervoud
naamwoord kick kicks
verkleinwoord kickje kickjes

Zelfstandig naamwoord

kick m

  1. hoedanigheid van verrukking/opwinding.
Afgeleide begrippen

Werkwoord

vervoeging van
kicken

kick

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kicken
    Ik kick.
  2. gebiedende wijs van kicken
    Kick!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kicken
    Kick je?


Engels

Uitspraak
enkelvoud meervoud
kick kicks

Zelfstandig naamwoord

kick

  1. schop
vervoeging
onbepaalde wijs to kick
he/she/it kicks
verleden tijd kicked
voltooid
deelwoord
kicked
onvoltooid
deelwoord
kicking
gebiedende wijs kick

Werkwoord

kick

  1. schoppen