kettingslot

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ket·ting·slot
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord kettingslot kettingsloten
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

kettingslot o [1]

  1. een ketting die met een hangslot gesloten kan worden vaak gebruikt voor het sluiten van hekken
    • Bij een brand in een kelderbox van een Roermondse flat is een man overleden en zijn vijf anderen gewond geraakt. Toen de bewoners werden geëvacueerd, bleek een van de brandtrappen te zijn afgesloten met een stevig kettingslot.[2] 
    • Had de gemeente Ede homo-ontmoetingsplek Ginkelse Zand langs de A12 afgelopen zomer zomaar mogen sluiten? Uit een brief van Rijkswaterstaat blijkt nu dat zij nooit toestemming heeft gegeven voor het kettingslot om het hek dat leidt naar de bossen waar bezoekers elkaar troffen voor seksuele handelingen. Saillant, want het hek is eigendom van Rijkswaterstaat. [3] 
  2. een ketting die met een hangslot gesloten kan worden vaak gebruikt bij het op slot en vastzetten van fietsen en brommers
    • Bij het dichtstbijzijnde politiebureau wilden ze geen aangifte opnemen omdat fietsendiefstal geen prioriteit heeft. De kans dat de dader werd opgespoord was officieus ‘nul procent’, hetgeen ik bijzonder vond omdat ze er met speciale laserwagens wel in slagen om iedere foutparkeerder te vinden. De agente van dienst voegde eraan toe dat ze een dure fiets, kettingslot of niet, sowieso niet zo slim vond in de stad.[4]  
Hyperoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. NRC Sjoerd Klumpenaar 5 september 2015
  3. Anneke Stoffelen 26 december 2016
  4. NRC Marcel van Roosmalen 21 augustus 2016