karbouw

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
karbouwen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kar·bouw
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord karbouw karbouwen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

karbouw m

  1. (veeteelt), (zoogdieren) Bubalus bubalis op Wikispecies een tot de runderen behorend trekdier dat veel gebruikt wordt op rijstvelden
    • In Indonesië is een karbouw een alledaagse verschijning. 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

65 % van de Nederlanders
38 % van de Vlamingen.

Meer informatie