kapittel

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ka·pit·tel

Zelfstandig naamwoord

enkelvoud meervoud
naamwoord kapittel kapittels
verkleinwoord kapitteltje kapitteltjes

kapittel o

  1. hoofdstuk (uit de Bijbel)
  2. een (kerkelijk) bestuurscollege
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
kapittelen

kapittel

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kapittelen
    • Ik kapittel. 
  2. gebiedende wijs van kapittelen
    • Kapittel! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kapittelen
    • Kapittel je? 

Gangbaarheid

86 % van de Nederlanders
88 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen