kamerplant

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ka·mer·plant
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord kamerplant kamerplanten
verkleinwoord kamerplantje kamerplantjes

Zelfstandig naamwoord

kamerplant v/m

  1. een cultuurplant die binnenshuis ter decoratie - vaak in een bloempot - gehouden wordt
    Kamerplanten zijn vaak planten die het in de Nederlandse of Belgische buitenlucht niet zouden overleven.
Vertalingen
Gangbaarheid
100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie