kalt

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kalt

Werkwoord

vervoeging van
kallen

kalt

  1. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kallen
    • Jij kalt. 
  2. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kallen
    • Hij kalt. 
  3. verouderde gebiedende wijs meervoud van kallen
    • Kalt! 


Duits

stellend vergrotend overtreffend
kalt
kälter
am kältesten
alle verbuigingsvormen

Bijvoeglijk naamwoord

kalt

  1. koud


Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • kalt
Naar frequentie 1638

Werkwoord

kalt

  1. voltooid deelwoord van kalle