jobdienst

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • job·dienst
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord jobdienst jobdiensten
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

jobdienst m

  1. (bedrijf) bemiddelingsdienst voor klusjes en baantjes meestal voor studenten
  2. (maatschappij) organisatie die langdurig werklozen aan laag betaalde arbeid helpt
    • Maar voor zover er arbeid is die in elk geval voor een deel kan worden betaald, moet het geld daarvoor volgens Bosselaar niet in de collectieve lasten worden gezocht, 'maar bij de mensen zelf'. Bij zijn onderzoek stuitte Bosselaar op de Plaatselijke Werkgelegenheids Agentschappen (PWA) in België, ook wel 'jobdiensten' genoemd. Werklozen verrichten via het PWA klusjes bij mensen thuis of bij verenigingen. De werkzaamheden moeten vallen in een van de volgende categorieën: thuishulp met huishoudelijk karakter; hulp voor de bewaking of de begeleiding van kinderen en zieken; hulp voor het verrichten van administratieve formaliteiten; hulp voor het kleine tuinonderhoud 'verricht met het materieel van de gebruiker'. Degene die van de jobdiensten gebruik maakt, betaalt de langdurige werkloze 8 gulden per uur. Menigeen zal dit systeem als Nederlands herkennen. Alleen gaat het dan om een illegale praktijk die zwart wordt betaald.[1]  
Synoniemen

Gangbaarheid

Verwijzingen

  1. NRC John Kroon 11 november 1994