jeugdigheid

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • jeug·dig·heid
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord jeugdigheid jeugdigheden
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

jeugdigheid v [1]

  1. iets dat de eigenschappen van de jeugd heeft
     Door in te zoomen kwam haar gezicht dichterbij. Misschien ging er wel kracht schuil achter die opgewekte jeugdigheid.[2]
     "Deze ploeg heeft de klasse en jeugdigheid die passen bij de grootse traditie van de club."[3]
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Main, Sarah
    “Huis van eb en vloed” (2015), , ISBN 9789044974515
  3. Bronlink geraadpleegd op 3 januari 2022 Weblink bron “Ochtendkranten euforisch over Ajax: 'Absurd en magnifiek tegelijk'” (01-05-2019), NOS