irrigator

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ir·ri·ga·tor
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord irrigator irrigatoren
irrigators
verkleinwoord irrigatortje irrigatortjes

Zelfstandig naamwoord

irrigator m

  1. (medisch) toestel voor het reinigen van wonden en het uitspoelen van lichaamsholten

Gangbaarheid

89 % van de Nederlanders;
82 % van de Vlamingen.

Verwijzingen