inzender

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • in·zen·der
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord inzender inzenders
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

inzender m [1]

  1. iemand die een artikel, brief of iets anders naar een krant of tijdschrift stuurt
    • Uit de 445 inzenders koos de redactie drie lezers die een gesigneerd exemplaar van hun favoriete tekening ontvangen: Ineke Velthuyzen (Trump), Frank Kwinten (Beatrix) en Anna Pieterse (Mandela). [2] 
Synoniemen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
93 % van de Vlamingen.[3]

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. NRC Siegfried Woldhek Monique Snoeijen 4 maart 2017
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be