inventariseren

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • in·ven·ta·ri·se·ren
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
inventariseren
inventariseerde
geïnventariseerd
zwak -d volledig

Werkwoord

inventariseren

  1. overgankelijk op een geordende manier nagaan en vastleggen
    • We moesten inventariseren welke artikelen verkocht waren. 
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.