inventarisatie

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • in·ven·ta·ri·sa·tie
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord inventarisatie inventarisaties
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

inventarisatie v [1]

  1. het inventariseren, het opmaken van de inventaris
    • 2016: Volgens een inventarisatie die het Financieele Dagblad vrijdag publiceerde, verdienden bestuursvoorzitters van 22 grote Nederlands bedrijven vorig jaar gemiddeld 4,3 miljoen euro. Dat is 15 procent meer dan het jaar ervoor. [2] 
Hyponiemen
Afgeleide begrippen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.

Verwijzingen