interveniëren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • in·ter·ve·nië·ren, in·ter·ve·ni·eren
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
interveniëren
intervenieerde
geïntervenieerd
zwak -d volledig

Werkwoord

interveniëren

  1. inergatief zich mengen in een conflict of op een markt
    • Toen de spelers slaags raakten, intervenieerde de scheidsrechter al snel. 
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

87 % van de Nederlanders
90 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. Wiktionnaire
  2. etymologiebank.nl