inluiden

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • in·lui·den
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
inluiden
luidde in
ingeluid
zwak -d volledig

Werkwoord

inluiden

  1. overgankelijk letterlijk: met klokgelui verwelkomen
    • In sommige plaatsen zoals Siddeburen wordt het nieuwe jaar nog altijd ingeluid; de traditie heet kloksmeer en het luiden hoort enige uren zonder haperen te geschieden. 
  2. overgankelijk overdrachtelijk: het begin ergens van markeren
    • Die gebeurtenis luidde een bloeiperiode in. 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.