inlichten

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • in·lich·ten
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
inlichten
lichtte in
ingelicht
zwak -t volledig

Werkwoord

inlichten

  1. overgankelijk opheldering geven
    • De jongen liet zich inlichten door de politie. 
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.