inenting

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • in·en·ting
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord inenting inentingen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

inenting v

  1. (medisch) het inspuiten van een middel ter voorkoming van bepaalde infectieziektes
Synoniemen
Vertalingen

Zie vaccinatie#Vertalingen.

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie