indiscreet

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • in·dis·creet
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen indiscreet indiscreter indiscreetst
verbogen indiscrete indiscretere indiscreetste
partitief indiscreets indiscreters -

Bijvoeglijk naamwoord

indiscreet

  1. onbescheiden
    • Het verzoek om een bijdrage te leveren aan deze bundel is eigenlijk heel indiscreet. [3]
  2. ongepast, niet netjes
    • Door de blik van Danaë op het licht van de naderende Zeus te richten, kwam zij volgens Bal in een positie te liggen die haar bevrijdde van indiscreet voyeurisme. [4]
  3. inbreuk makend op vertrouwelijkheid
    • De brief die Otto zo indiscreet had ingezien, was vermoedelijk eveneens afkomstig van zijn tante. [5]
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Verwijzingen