ijzigheid

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ij·zig·heid
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord ijzigheid ijzigheden
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

ijzigheid v

  1. koude, kilte qua temperatuur
  2. het weinig emotioneel betrokken zijn

Gangbaarheid

93 % van de Nederlanders;
87 % van de Vlamingen.

Verwijzingen