ijswater

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking

ijs·wa·ter

Woordherkomst en -opbouw
  • Dit woord is een samenstelling van ijs en water.
enkelvoud meervoud
naamwoord ijswater ijswateren
ijswaters
verkleinwoord ijswatertje ijswatertjes

Zelfstandig naamwoord

ijswater o

  1. water van gesmolten ijs
  2. drinkwater met ijs.
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be