ijskelder

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

ijskelder
Uitspraak
Woordafbreking
  • ijs·kel·der
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord ijskelder ijskelders
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

ijskelder m [1]

  1. goed geïsoleerde, koele ruimte waarin men ijs kan bewaren; ruimte die met ijs gekoeld wordt
    • Wie op chic wil, kan, eveneens in Brummen, terecht bij Kasteel Engelenburg. Het wildarrangement aldaar omvat onder meer een bezoek aan de ijskelder waarbij de maître over de vleermuizen en het wild op het landgoed vertelt. Met een culinair 4-gangen wildmenu en een overnachting.[2] 
    • Een supermarkt in Twente, die er een flinke verbouwing op heeft zitten, is omgetoverd in een paradijs voor bierfanaten. De Jumbo in Haaksbergen is de allereerste supermarkt die een heuse ijskelder heeft, speciaal voor ijskoud bier.[3] 
Vertalingen

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[4]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. de Telegraaf KATINA STAVRIANOS 31 okt. 2017 Wild van de Veluwe
  3. de Telegraaf 31 aug. 2017 In deze supermarkt komt het bier uit een ijskelder
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be