hypnotisch

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • hyp·no·tisch
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen hypnotisch hypnotischer
verbogen hypnotische hypnotischere
partitief hypnotisch hypnotischers -

Bijvoeglijk naamwoord

hypnotisch

  1. (medisch) met betrekking tot hypnose (een tijdelijke trance-achtige toestand)
Vertalingen

Gangbaarheid

93 % van de Nederlanders;
96 % van de Vlamingen.