hutkoffer

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • hut·kof·fer
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord hutkoffer hutkoffers
verkleinwoord hutkoffertje hutkoffertjes

Zelfstandig naamwoord

hutkoffer m

  1. een grote bagagekist
Vertalingen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
81 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be