hulpvaardigheid

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • hulp·vaar·dig·heid
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord hulpvaardigheid hulpvaardigheden
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

hulpvaardigheid v

  1. bereidheid om steun of assistentie te verlenen
    • Gelukkig was de hulpvaardigheid van de omstanders groot en stond de oude man snel weer overeind. 
Vertalingen

Gangbaarheid