huiszoeking

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • huis·zoe·king
Woordherkomst en -opbouw
  • Samenstellende afleiding van huis en zoeken met het achtervoegsel -ing
enkelvoud meervoud
naamwoord huiszoeking huiszoekingen
verkleinwoord huiszoekinkje huiszoekinkjes

Zelfstandig naamwoord

huiszoeking ; v

  1. een actie waarbij iemands huis, meestal door de autoriteiten, doorzocht wordt
    • Een huiszoeking vereist een door het hof daartoe afgegeven bevel. 
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie