hakken
Uiterlijk
- hak·ken
- ww [1]: van Middelnederlands hacken, in de betekenis van ‘houwen’ aangetroffen vanaf 1350 [1] [2] [3]
- ww [2]: aangetroffen vanaf 1993 [2]
- zn [1]: hak zn met de uitgang -en
- zn [2]: (verkorting) van hoge hakken
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| hakken |
hakte |
gehakt |
| zwak -t | volledig | |
hakken
- slaan met een scherp voorwerp om iets in stukken te verdelen
- ▸ Hij voelde de stropdas om zijn nek knellen, heel anders dan een hemd met een witte jas eroverheen waarin je ruimte had, grote armbewegingen kon maken, wat maar goed ook was want dat de handlier was vervangen door een elektrische betekende niet dat het slagersvak niet zwaar meer was, niet voor niets was hij zo breed als een os, enorme bovenarmen had hij, van het zagen en het hakken en het tillen: een taaie, vezelige spiermassa.[4]
- ▸ Tijdens ons gesprek aan de bar had hij nog geen woord gesproken over hard skills als het maken van vuur en een schuilplaats uit de sneeuw hakken.[5]
- (dans) (jongerentaal) dansstijl waarbij men zich wat houterig met snel opeenvolgende kleine pasjes naar eigen inzicht op gabberhouse beweegt
- [1] houwen
- [1] afhakken, behakken, doorhakken, fijnhakken, houthakken, inhakken, omhakken, ophakken, uithakken, verhakken
de hakken mv
- meervoud van het zelfstandig naamwoord hak
- ▸ 'Dios mio, het poesje is een hele poes geworden,' zei hij, terwijl hij voor de grap als een soldaat zijn hakken tegen elkaar sloeg.[6]
- alleen meervoud (schoeisel) damesschoenen waarvan de zool bij de hiel veel hoger is
- ▸ Terwijl we te midden van een elegant, verfijnd publiek zaten te eten en we op vierkante borden delicate gerechten met ingewikkelde namen kregen voorgeschoteld, was een platinablonde jonge vrouw in een avondjurk op onmogelijke hakken voor ons blijven stilstaan om haar mobiele telefoon te beantwoorden.[7]
- ▸ Wanneer ik in Londen bij hen op bezoek ging, trok ik altijd hakken aan.[7]
- Het woord hakken staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "hakken" herkend door:
| 100 % | van de Nederlanders; |
| 98 % | van de Vlamingen.[8] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- 1 2 hakken op website: Etymologiebank.nl
- ↑ "hakken" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
- ↑ Manik Sarkar“Ossenkop” (2024), Hollands Diep, ISBN 9789048862696
- ↑ Tim Voors“Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers

- ↑ Jessie Burton vert. Marja Borg“De muze” (2017), Luitingh-Sijthoff
, ISBN 9789024574704 - 1 2 Tatiana Rosnay“Kwetsbaar” (2010), Artemis & co, ISBN 9789047201625
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 6
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 2 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Verkorting in het Nederlands
- Zwak werkwoord (-t) in het Nederlands
- Werkwoord in het Nederlands
- Niet-samengesteld werkwoord in het Nederlands
- Dans in het Nederlands
- Jongerentaal in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Zelfstandignaamwoordsvorm in het Nederlands
- Betekenis alleen in meervoud in het Nederlands
- Schoeisel in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 100 %
- Prevalentie Vlaanderen 98 %