hoogdravend

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • hoog·dra·vend
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen hoogdravend hoogdravender hoogdravendst
verbogen hoogdravende hoogdravendere hoogdravendste
partitief hoogdravends hoogdravenders -

Bijvoeglijk naamwoord

hoogdravend [2]

  1. (pejoratief) te emotionele of plechtige manier van spreken of schrijven; vol bombast
    • 'We gaan Nederland veranderen' was een uitspraak die opviel: ik kreeg er veel positieve reacties op, maar ook het verwijt veel te hoogdravend te zijn. Een politicus die denkt Nederland te kunnen veranderen - is dat niet een beetje te veel van het goede? Nee, dat is het niet; het is precies wat ik ambieer.[3] 
    • Ik ben het helemaal met u eens, antwoordde Nikolaj met een hoogrode kleur, terwijl hij zijn bord ronddraaide en zijn glazen met een vastbesloten en onverschrokken gezicht verplaatste, alsof hij zich op dat moment in groot gevaar bevond, ik ben ervan overtuigd dat wij Russen moeten sterven of overwinnen, zei hij, en zodra hij die woorden had uitgesproken voelde hij, evenals de anderen, dat ze te hartstochtelijk en te hoogdravend waren voor de gelegenheid, en daarom niet op hun plaats.[4]  
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. hoogdravend op website: Etymologiebank.nl
  2. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  3. Klaver, Jesse De mythe van het economisme 2015 ISBN 978-90-234-9695-3 pagina 183
  4. Tolstoj, L.N. Oorlog en Vrede Deel 1 Vertaald uit het Russisch door Yolanda Bloemen en Marja Wiebes 2006 ISBN 9028240462 pagina 82