histrionisch

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • his·tri·o·nisch
Woordherkomst en -opbouw
  • uit het Latijn
stellend
onverbogen histrionisch
verbogen histrionische
partitief histrionisch

Bijvoeglijk naamwoord

histrionisch

  1. zoals typerend is voor een toneelspeler
Synoniemen

Gangbaarheid

28 % van de Nederlanders;
27 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be