hiking

Uit WikiWoordenboek

Nederlands

hiking
Uitspraak
Woordafbreking
  • hi·king
Woordherkomst en -opbouw
  • uit het Engels
enkelvoud meervoud
naamwoord hiking
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

hiking o

  1. (sport) het maken van een meerdaagse wandeltocht door ruig terrein
    • De komende maanden wordt het pand ingrijpend verbouwd. Het is de bedoeling dat hierin ook een zogenoemde running-, hiking- en soccer-shop wordt gevestigd, waar (sport)schoenen kunnen worden aangemeten. "We hebben ook twee sportpodotherapeuten in dienst", benadrukt Ter Brugge. Hij verwacht dat de nieuwe vestiging medio maart in gebruik kan worden genomen. [1] 
    • Gesink kwam in de tweede week van de Tour de France ten val en had direct last van zijn rug. De 31-jarige renner draagt sindsdien een korset en die heeft hij nog steeds nodig: "De eerste weken na de Tour deed ik niet veel, maar toen ben ik begonnen met hiking (bergwandelingen)." [2] 
    • Het pad biedt een uitdagende en gevarieerde ondergrond aan in de Dinarische Alpen en Sharr Mountains. Fietsers kunnen zowel afzien op de steile hellingen als genieten van de Adriatische Zee. De fietsroute is geïnspireerd op de Via Dinarica, een bekende hiking trail die parallel loopt aan het fietsnetwerk. Het pad loopt langs Unescowerelderfgoed, steden en nationale parken. [3] 
Synoniemen

Gangbaarheid

80 % van de Nederlanders;
70 % van de Vlamingen.[4]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Tubantia 20 november 2015 Fysiotherapeuten aan werk in voetbalkantine Hellendoorn
  2. Tubantia S. Tanis 23 augustus 2017 Gesink dit seizoen definitief niet meer in actie
  3. De Standaard 25 januari 2019 om 16:54 door km Nieuwe fietsroute verbindt acht Europese landen
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be