heropbouwen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • her·op·bou·wen
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
heropbouwen
(bouwde weer op)
bijzin heropbouwde
heropgebouwd
zwak -d volledig

Werkwoord

heropbouwen

  1. overgankelijk weer tot stand brengen

Gangbaarheid

88 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen