heli

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • he·li
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord heli heli's
verkleinwoord helietje helietjes

Zelfstandig naamwoord

heli m

  1. (luchtvaart), (afkorting), (verkorting), (informeel) een luchtvaartuig dat door middel van een hefschroef verticaal kan opstijgen en landen
    • De landende heli liet het stof opvliegen. 
Synoniemen

Gangbaarheid

88 % van de Nederlanders;
88 % van de Vlamingen.