harding

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • har·ding
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord harding hardingen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

harding v [1]

  1. harder maken
    • De harding van vetten maakt ze minder gezond voor de mens. 
  2. het volhouden, de volharding

Gangbaarheid

79 % van de Nederlanders;
82 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen