hangend

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • han·gend
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

vervoeging van
hangen

hangend

  1. onvoltooid deelwoord van hangen
stellend
onverbogen hangend
verbogen hangende
partitief hangends

Bijvoeglijk naamwoord

hangend

  1. alleen van boven vastzittend, op een hoger punt steunend
    • Met een hangend kastje houd je op de vloer meer ruimte over. 
  2. van onderen vrij kunnend bewegen
    • Een koksmuts voorkomt dat hangend haar met het voedsel in aanraking komt. 
  3. (figuurlijk) slap, futloos, niet goed overeind kunnen blijvend
    • Het hangend kopje van de zonnebloem komt door gebrek aan water. 
  4. nog aanhangig, nog niet afgelopen
    • Na het eten willen ze hun hangend spel afmaken. 
Hyponiemen
Uitdrukkingen en gezegden
  • [3] Met hangende pootjes
bewust van schuld (thuis)komen
Vertalingen

Gangbaarheid

Verwijzingen