hameren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ha·me·ren
Woordherkomst en -opbouw
  • Afleiding van hamer met het achtervoegsel -en (1).
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
hameren
hamerde
gehamerd
zwak -d volledig

Werkwoord

hameren

  1. overgankelijk met een hamer inslaan
    • Hij hamerde voor de zekerheid nog een paar spijkers door het hout. 
  2. inergatief ~ op: zwaar de nadruk op iets leggen
    • Hoe hij hier in de klas ook op gehamerd had, het vraagstuk werd allerbelabberdst beantwoord op het examen. 
Uitdrukkingen en gezegden
steeds maar blijven herhalen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.