hameren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ha·me·ren
Woordherkomst en -opbouw
  • Afleiding van hamer met het achtervoegsel -en (1).
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
hameren
hamerde
gehamerd
zwak -d volledig

Werkwoord

hameren

  1. (overgankelijk) met een hamer inslaan
    Hij hamerde voor de zekerheid nog een paar spijkers door het hout.
  2. (inergatief) ~ op: zwaar de nadruk op iets leggen
    Hoe hij hier in de klas ook op gehamerd had, het vraagstuk werd allerbelabberdst beantwoord op het examen.
Uitdrukkingen en gezegden
steeds maar blijven herhalen