Naar inhoud springen

groots

Uit WikiWoordenboek
  • groots
  • Van groot, met de uitgang -s; de afleiding is een adjectief op zich met een zelfstandige betekenis geworden.[1]
stellendvergrotendovertreffend
onverbogen grootsgrootsergrootst
verbogen grootsegrootseregrootste
partitief grootsgrootsers-

groots

  1. verheven, groot van opzet
    • Daarvoor bestaan grootse plannen. 
     Het is daarom geen wonder dat zij die enthousiast waren en groots dachten .[2]
     Burgemeester Ron König zegt "buitengewoon trots" te zijn op het team. "Go Ahead Eagles heeft echt voetbal laten zien zoals het hoort te zijn", vindt hij. "Heel Deventer is uitzinnig van blijdschap en terecht! We gaan woensdag het elftal groots onthalen en huldigen."[3]

groots

  1. partitief van de stellende trap van groot
    • Of wat daar voorbijvloog een arend was of een gier, weet ik niet, maar het was wel iets groots. 

groots

  1. partitief van de stellende trap van groots
    • Daar wordt iets groots verricht. 
99 %van de Nederlanders;
99 %van de Vlamingen.[4]
  1. groots op website: Etymologiebank.nl
  2. Hans Achterhuis
    “De erfenis van de utopie” (1998), Ambo/Anthos uitgevers op Wikipedia, ISBN 9026315244
  3. Bronlink geraadpleegd op 22 april 2025 Weblink bron “Feest barst los in Deventer na winst Go Ahead Eagles: 'We gaan Europa in!'” (22 april 2025), NOS
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be