grootste

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • [1] groot·ste
  • [2] groots·te

Bijvoeglijk naamwoord

grootste

  1. verbogen vorm van de overtreffende trap van groot
  1. verbogen vorm van de overtreffende trap van groots