grondwater

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking

grond·wa·ter

Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord grondwater grondwateren
grondwaters
verkleinwoord grondwatertje grondwatertjes

Zelfstandig naamwoord

grondwater o

  1. al het water dat zich in de aardbodem bevindt
    • De zorg voor het ondiepe grondwater in de openbare ruimte is een gemeentetaak.[1] 
    • Het grondwater, geelachtig en roodbruin, verbreidt een strontstank. [2] 
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Grondwater, waternet.nl
  2. Valens, Anton Het compostcirculatieplan 2016 ISBN 978-90-254-4685-7 pagina 13