grec
Uiterlijk
grec
grec m
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| mannelijk | grec | grecs |
| vrouwelijk | grecque | grecques |
grec
| enkelvoud | meervoud | ||
|---|---|---|---|
| zonder lidwoord | met lidwoord | zonder lidwoord | met lidwoord |
| grec | le grec | grecs | les grecs |
grec m
- (taal) Grieks; taal die vooral in Griekenland gesproken wordt
- (spreektaal) Grieks broodje
- «On va se taper un grec, j’ai trop la dalle!»
- Kom, we gaan een grieks broodje eten, ik verrek van de trek! [1]
- «On va se taper un grec, j’ai trop la dalle!»
- (spreektaal) Grieks restaurant [1]
Categorieën:
- Woorden in het Catalaans
- Bijvoeglijk naamwoord in het Catalaans
- Demoniem in het Catalaans
- Zelfstandig naamwoord in het Catalaans
- Taal in het Catalaans
- Woorden in het Frans
- Woorden in het Frans van lengte 4
- Woorden in het Frans met audioweergave
- Woorden in het Frans met IPA-weergave
- Bijvoeglijk naamwoord in het Frans
- Demoniem in het Frans
- Zelfstandig naamwoord in het Frans
- Taal in het Frans
- Spreektaal in het Frans