gradering

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • gra·de·ring
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord gradering graderingen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

gradering v [1]

  1. niveau
    • “Het is een oorlogsdaad”, zei McCain. “Wanneer men probeert de fundamenten van de democratie te vernietigen, dan vernietigt men een land.” Hij nuanceerde zijn uitspraak wel door te stellen dat er verschillende graderingen zijn van oorlogsmisdaden. “Ik zeg niet dat het gaat om een atoomaanval. Ik zeg enkel maar dat het aanvallen van de fundamentele structuur van een land, wat ze hebben gedaan, een oorlogsdaad is”, aldus de 80-jarige Republikein. [2] 
Vertalingen

Gangbaarheid

72 % van de Nederlanders;
82 % van de Vlamingen.[3]

Verwijzingen