glyptodonten
Uiterlijk

- (IPA in voorbereiding)
- glyp·to·don·ten
- glyptodont zn met de uitgang -en [1]
| [2] | enkelvoud | meervoud |
|---|---|---|
| naamwoord | - | glyptodonten |
| verkleinwoord |
de glyptodonten mv
- meervoud van het zelfstandig naamwoord glyptodont
- meervoudsvorm als officiële benaming (gordeldierachtigen) onderfamilie Glyptodontinae
in de familie Chlamyphoridae
, bestaand uit uitgestorven zoogdieren die zo groot konden worden als een kleine auto: 3-4 meter lang, circa 1,5 meter hoog en ongeveer een ton zwaar; de Glyptodontinae stierven een paar duizend jaar geleden uit
- [2] Deze onderfamilie werd vroeger als familie gezien, met de naam "Glyptodontidae".
- Het woord 'glyptodonten' staat niet in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie.
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 12
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Zelfstandignaamwoordsvorm in het Nederlands
- Meervoudsvorm binnen nomenclatuur in het Nederlands
- Gordeldierachtigen in het Nederlands
- Zoogdieren in het Nederlands
- Niet in Woordenlijst Nederlandse Taal