glory
Uiterlijk
- Geluid: glory (VS) (hulp, bestand)
- IPA: /ˈɡlɔɹ.i/
| enkelvoud | meervoud |
|---|---|
| glory | glories |
glory
- glorie, pracht, luister zn
- iets waar je trots op bent of dat bewondering oplevert
- glorie, roem zn
- aureool, stralenkrans
- (religie) glorie, heerlijkheid van God, lof die God toekomt
| vervoeging | |
|---|---|
| onbepaalde wijs | to glory |
| he/she/it | glories |
| verleden tijd | gloried |
| voltooid deelwoord |
gloried |
| onvoltooid deelwoord |
glorying |
| gebiedende wijs | glory |
glory
- In onderzoek van 2014-2018 door het Centrum voor Leesonderzoek werd "glory" herkend door:
| 100 % | van de Amerikanen; |
| 100 % | van de Britten.[1] |
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 18 februari 2020 “Measures of word prevalence for 61,800 English words” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Engels
- Woorden in het Engels van lengte 5
- Woorden in het Engels met audioweergave
- Woorden in het Engels met IPA-weergave
- Zelfstandig naamwoord in het Engels
- Religie in het Engels
- Werkwoord in het Engels
- Onovergankelijk werkwoord in het Engels
- Prevalentie Verenigde Staten 100 %
- Prevalentie Verenigd Koninkrijk 100 %