gewoontegebaar

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·woon·te·ge·baar
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord gewoontegebaar gewoontegebaren
verkleinwoord gewoontegebaartje gewoontegebaartjes

Zelfstandig naamwoord

gewoontegebaar o

  1. een beweging die men onbewust en automatisch maakt zonder veel betekenis
    • Mamoerra raakt steeds meer bevrijd in de liefde en steeds dieper ondergedompeld in de seksuele roes: `Haar vingertoppen zochten de zoom van haar nachtgewaad om het op te tillen, een gewoontegebaar, maar onmiddellijk besefte ze dat ze naakt was. Een fantoomsensatie'.[1] 
Synoniemen

Gangbaarheid

Verwijzingen

  1. NRC Arjen Fortuin 24 oktober 2003