gevlieg

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·vlieg
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord gevlieg -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

gevlieg o

  1. herhaaldelijke verplaatsing door de lucht op eigen kracht of met behulp van een vliegtuig
    • Uit videobeelden bleek dat kolibries inderdaad korter dronken van bloemen met nicotine, wellicht vanwege de bittere smaak. (…) Het vele heen en weer gevlieg verhoogt de kans dat een bloem wordt bevrucht met stuifmeel van een plant verderop. [2]
    • Voor het gemak vergeet Nieuwenhuis dat zijn gevlieg nog veel meer schadelijke effecten heeft. Zoals lawaai, gebruik van schaarse grondstoffen, ruimtegebruik door vliegvelden en aantasting van de stratosfeer. [3]
  2. (figuurlijk) voortdurende gehaaste verplaatsingen
    • Wees niet zo westers - is dat geren en gevlieg echt een westerse eigenschap of haasten ze zich in China of India net zo zeer? [4]

Gangbaarheid

87 % van de Nederlanders;
65 % van de Vlamingen.

Verwijzingen