Naar inhoud springen

gesse

Uit WikiWoordenboek
  • ges·se

gesse

  1. verbogen vorm van de stellende trap van ges


gesse
  • gesse
  • Mogelijk een verbasterde vorm van de Latijnse benaming (faba) Aegyptia “Egyptische boon”, ook aangetroffen in het Oudoccitaans (Oudprovençaals) gieissa. [1]
enkelvoud meervoud
zonder lidwoord met lidwoord zonder lidwoord met lidwoord
  gesse     la gesse     gesses     les gesses  

gesse v

  1. (plantkunde) Lathyrus op Wikispecies een vlinderbloemachtige, peuldragende plant
  2. (landbouw) pronkerwt, Lathyrus sativus op Wikispecies


  • ges·se
  • Pennsylvania-Duitse werkwoordsvorm met het voorvoegsel g-

gesse

  1. voltooid (verleden) deelwoord van esse [1]

hab gesse

  1. eerste persoon enkelvoud voltooide tijd aantonende wijs bedrijvende vorm van esse [1]
    «Ich hab schunn viel weisse Schparregraas in Deitschland gesse un ich kann ehrlich saage ass es arrig gut iss.»
    Ik heb al veel witte asperges in Duitsland gegeten en ik kan eerlijk zeggen dat het zeer goed is.

hen gesse

  1. eerste persoon meervoud voltooide tijd aantonende wijs bedrijvende vorm van esse [1]
    «Mir hen viel gesse, gedrunke un viel Kaarde gschpielt.»
    We hebben veel gegeten, gedronken en kaarten gespeeld.
  1. 1,0 1,1 1,2 Het voltooid deelwoord gesse wordt gecombineerd met een persoonsvorm van het hulpwerkwoord hawwe.