gesse

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ges·se

Bijvoeglijk naamwoord

gesse

  1. verbogen vorm van de stellende trap van ges


Pennsylvania-Duits

Uitspraak
Woordafbreking
  • ges·se
Woordherkomst en -opbouw
  • Pennsylvania-Duitse werkwoordsvorm met het voorvoegsel g-

Werkwoord

gesse

  1. voltooid (verleden) deelwoord van esse
Opmerkingen

Werkwoord

hab gesse

  1. eerste persoon enkelvoud voltooide tijd aantonende wijs bedrijvende vorm van esse
    «Ich hab schunn viel weisse Schparregraas in Deitschland gesse un ich kann ehrlich saage ass es arrig gut iss.»
    Ik heb al veel witte asperges in Duitsland gegeten en ik kan eerlijk zeggen dat het zeer goed is.

Werkwoord

hen gesse

  1. eerste persoon meervoud voltooide tijd aantonende wijs bedrijvende vorm van esse
    «Mir hen viel gesse, gedrunke un viel Kaarde gschpielt.»
    We hebben veel gegeten, gedronken en kaarten gespeeld.