gerijm

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·rijm
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord gerijm
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

gerijm o [1]

  1. het aanhoudend slechte gedichten maken die weinig kunstwaarde hebben
    • Niet alles wat in de achterliggende vier eeuwen aan catechismusberijmingen is gemaakt, kan poëzie heten. Soms komt het gerijm erg dicht bij rijmelarij. [2] 
    • U gaat ons niet horen zeggen dat Sheeran geen talent heeft - au contraire, zoals de Fransen zeggen. Hij is een sterke gitarist, goeie zanger een dito entertainer: niet vanzelfsprekend. Maar zijn songs zijn gladder dan geschoren wielrennersbenen. En dat speelt hem parten. Oh, and a rapper he ain't: zijn gerijm komt wat puberaal over. [3] 
    • Soms word ik werkelijk kriegel van al die kunstmatigheid, het gerijm, de inversies en nieuwvormingen, van de spielerei en de onzin die dit alles met zich meebrengt, en vooral van het overbewust postmoderne dat iets oubolligs heeft. [4] 
Synoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
96 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Reformatorisch Dagblad Jaco van der Knijff 21-01-2013 Catechismusliederen: rijme(le)nd door het troostboek
  3. De Standaard 01/07/2012 om 19:50 door kho Ed Sheeran
  4. NRC Maarten Doorman 14 april 2000 Gesmoord in schuim van overdadig rijm