genuanceerd

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·nu·an·ceerd
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

vervoeging van: nuanceren…
verbogen vorm: genuanceerde

genuanceerd

  1. voltooid deelwoord van nuanceren
  2. bijwoordelijk gebruikt
     Een dag later kwam ik Genie tegen, een geneeskundestudente uit Australië. We zaten te lunchen bij een kraakhelder meer in Yosemite. Ze was bescheiden en bedachtzaam en kon haar gedachtes genuanceerd verwoorden.[1]
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen genuanceerd genuanceerder genuanceerdst
verbogen genuanceerde genuanceerdere genuanceerdste
partitief genuanceerds genuanceerders -

Bijvoeglijk naamwoord

genuanceerd

  1. met aandacht voor een diversiteit van gezichtspunten
    • Een wat genuanceerdere benadering was geen luxe geweest. 
Antoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen

  1. Tim Voors “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be