genuanceerders

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·nu·an·ceer·ders

Bijvoeglijk naamwoord

genuanceerders

  1. partitief van de vergrotende trap van genuanceerd
    • Dat is iets genuanceerders...