Naar inhoud springen

genadeloos

Uit WikiWoordenboek
  • ge·na·de·loos
stellendvergrotendovertreffend
onverbogen genadeloosgenadelozergenadeloost
verbogen genadelozegenadelozeregenadelooste
partitief genadeloosgenadelozers-

genadeloos [1]

  1. geen genade kennend, meedogenloos
     Het was inmiddels vier uur ’s middags, de zon was fel en scheen genadeloos op mij neer.[3]
100 %van de Nederlanders;
100 %van de Vlamingen.[4]
  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. www.parool.nl (17 jan 2026)
  3. Tim Voors
    “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be