gelazer

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·la·zer
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord gelazer
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

gelazer o [2]

  1. herrie, problemen, sores, gezeur
    • Die brutale opmerking kun je beter niet tegen de docente maken, daar komt alleen maar gelazer van. 
    • Boven al dat goede nieuws hangen ook nog allerlei onzekere internationale ontwikkelingen. De negatieve gevolgen van de Brexit voor Nederland. De kans op nieuw gelazer met het Europese bankensysteem; vooral de Italiaanse banken kunnen nog voor problemen zorgen. Wat als er een aanslag gebeurt in Nederland? En wat als het aantal asielzoekers weer stijgt? Aan de oorlog in Syrië komt maar geen einde. [3] 
Synoniemen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
76 % van de Vlamingen.

Verwijzingen