gekte

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • gek·te
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘gekkigheid, dwaasheid’ voor het eerst aangetroffen in 1973 [1]
  • afgeleid van gek met het achtervoegsel -te [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord gekte gektes
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

gekte v [3]

  1. het gek (maar niet totaal gestoord) zijn
    • Een milde vorm van gekte. 
Synoniemen
Verwante begrippen

Werkwoord

vervoeging van
gekken

gekte

  1. enkelvoud verleden tijd van gekken
    • Ik gekte. 
    • Jij gekte. 
    • Hij, zij, het gekte. 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Verwijzingen