gekken

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • gek·ken
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
gekken
gekte
gegekt
zwak -t volledig

Werkwoord

gekken

  1. gekheid maken, schertsen, spotten
    • De vader en de kinderen waren aan het gekken met moeder die er niet om wilde lachen. 

Zelfstandig naamwoord

gekken mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord gek

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.